aaa
rss
Printvriendelijke versie
PDF

Euthanasie

Burgerlijke stand

Dorpsstraat 7
Geetbets
T 011 58 65 35
F 011 58 65 09
Mail ons

Openingsuren

  • maandag:      9u00 – 12u00  zonder afspraak
  • dinsdag  :    17u00 – 20u00  zonder afspraak
  • woensdag:    9u00 – 12u00 op afspraak 
  • woensdag:  14u00 – 16u00 zonder afspraak
  • donderdag:   9u00 – 12u00 op afspraak

  • vrijdag :         9u00 – 12u00 op afspraak

Wat?

Elke handelingsbekwame meerderjarige of ontvoogde minderjarige kan, voor het geval dat hij/zij zijn/haar wil niet meer kan uiten,
schriftelijk een verklaring afleggen dat een arts euthanasie toepast indien deze er zich van verzekerd heeft:

1.dat hij/zij lijdt aan een ernstige en ongeneeslijke, door ongeval of ziekte veroorzaakte aandoening;
2.hij/zij niet meer bij bewustzijn is;
3.en deze toestand volgens de stand der wetenschap onomkeerbaar is.
In de wilsverklaring kunnen één of meer meerderjarige vertrouwens-personen in volgorde van voorkeur aangewezen worden,
die de behandelende arts op de hoogte brengen van de wil van de patiënt.
Elke vertrouwenspersoon treedt in deze volgorde op bij weigering, verhindering, onbekwaamheid of overlijden van vermelde voorganger.

De vormvereisten
De wilsverklaring kan op elk moment worden opgesteld.
Zij moet schriftelijk worden opgesteld ten overstaan van twee meerderjarige getuigen, van wie er minstens één geen materieel belang heeft bij het overlijden van de patiënt.

De wilsverklaring moet gedateerd en ondertekend worden door degene die de verklaring aflegt, door de getuigen en, in voorkomend geval door de vertrouwensperso(o)n(en).

Met de wilsverklaring kan alleen rekening worden gehouden indien zij minder dan 5 jaar vóór het moment waarop betrokkene zijn wil niet meer kan uiten, is opgesteld of bevestigd.

De wilsverklaring kan worden opgesteld door een meerderjarige die geen materieel belang heeft als betrokkene niet blijvend in staat is de verklaring op te stellen. Ze vermeldt dan ook de reden en bevat in bijlage een medisch getuigschrift als bewijs van deze onbekwaamheid.

Wanneer mag euthansie toegepast worden?
De arts die euthanasie toepast moet zich verzekeren dat de patiënt:

  1. meerderjarig of een ontvoogde minderjarige is die handelingsbekwaam en bewust is op het ogenblik van zijn/haar verzoek
  2. zijn/haar verzoek vrijwillig, overwogen en herhaald is, en niet tot stand gekomen is als gevolg van externe druk
  3. zich in een medische uitzichtloze toestand bevindt van aanhoudend en ondraaglijk fysiek of psychisch lijden dat niet gelenigd kan worden, en dat het gevolg is van een ernstige en ongeneeslijke, door ongeval of ziekte veroorzaakte aandoening.

De arts moet vooraf:

  1. de patiënt inlichten over zijn gezondheidstoestand en zijn levensverwachting, met de patiënt overleg plegen over zijn verzoek en met hem de eventueel nog resterende therapeutische mogelijkheden, evenals die van de palliatieve zorg en hun gevolgen bespreken. Hij moet met de patiënt tot de overtuiging komen dat er geen redelijke andere oplossing is en dat het verzoek berust op volledige vrijwilligheid.
  2. zich verzekeren van het aanhoudend fysiek of psychisch lijden en van het duurzaam karakter van het verzoek. Daartoe voert hij met de patiënt meerdere gesprekken die, rekening houdend met de ontwikkeling van de gezondheidstoestand van de patiënt, over een redelijke periode worden gespreid
  3. een andere arts raadplegen over de onomkeerbaarheid van de medische toestand en deze op de hoogte brengen van de redenen voor deze raadpleging. De geraadpleegde arts neemt inzage van het medische dossier en onderzoekt de patiënt. Hij stelt verslag op en brengt de eventueel aangewezen vertrouwens-persoon op de hoogte van de resultaten van deze raadpleging. De geraadpleegde arts is onafhankelijk t.o.v. patiënt en behandelende arts en bevoegd om de aandoening in kwestie te beoordelen.
  4. de inhoud van de wilsverklaring bespreken met een eventueel verplegend team dat in regelmatig contact staat met de patiënt
  5. het verzoek van de patiënt bespreken met de vertrouwenspersoon indien de patiënt niet meer bij bewustzijn is
  6. het verzoek bespreken met de naasten van de patiënt die door hem of de vertrouwenspersoon zijn aangewezen.
  7. minstens één maand laten verlopen tussen het schriftelijke verzoek van de patiënt en het toepassen van de euthanasie.

Het verzoek van de patiënt moet op schrift zijn gesteld. Het document wordt opgesteld, gedateerd en getekend door de patiënt zelf. Indien de patiënt daartoe niet in staat is, gebeurt het op schrift stellen door een door de patiënt aangewezen meerderjarig persoon die geen materieel belang heeft bij de dood van de patiënt.

Alle handelingen en de verklaring worden opgetekend in het medisch dossier van de patiënt

De arts die euthanasie heeft toegepast, bezorgt binnen vier werkdagen het volledig ingevulde registratiedocument aan de federale controle- en evaluatiecommissie.

Gevolgen
Een persoon die overlijdt ten gevolge van euthanasie, wordt geacht een natuurlijke dood te zijn gestorven wat betreft de uitvoering van de overeenkomsten waarbij hij partij was, en met name de verzekeringsovereenkomsten.

Meer informatie?
Federale Controle- en Evaluatiecommissie voor Euthanasie(FCEEC)
Zelfbestuursstraat 4
1070 Brussel

Bookmark and Share