Project metselbijen periode 2020-2021

Van 2016 tot 2019 werkten we in Zuid-Hageland tezamen met 30 fruittelers aan een project om de bestuivingszekerheid in appel en peer te vergroten. Daaronder ook een aantal telers uit Geetbets. Rondvraag bij een aantal telers leert ons dat er nog absoluut interesse is bij de meeste deelnemers om verder aan de slag te gaan met deze bijen, en dat we wellicht ook nog nieuwe telers kunnen aanspreken hiervoor. Deze bijen vervangen de honingbijen of anders bestuivers niet, maar uit divers onderzoek is geweten dat er zo meer zekerheid is op een voldoende bestuiving tijdens een 'slechte' bloesemperiode (vrij koud, regenachtig of winderig weer). Dit gezien deze 'hommelige' metselbijen ook in minder gunstige omstandigheden de bloesems bezoeken, en efficiënter bestuiven gezien ze stuifmeel verzamelen op hun buikharen. Daarnaast vliegen ze ook intensief op peer Conférence, waarbij bestuiving meer pitvorming oplevert en zo een beter gevormde en dikkere vrucht

De grootste verdienste van het project is dat blijkt dat overal, onafhankelijk van de vruchtsoort of ligging van de boomgaard, metselbijen spontaan 'vanuit de natuur' deze kasten weten te vinden, en de boomgaard gaan koloniseren in zowat alle geplaatste kasten. Er werd een methodiek uitgewerkt om in die periode een voldoende grote populatie metselbijen uit te bouwen in de boomgaard, en deze kan mits enige manipulatie verkort worden naar 2 jaar. Daarbij blijft het nestmateriaal in de kasten (de cocons en het nestmateriaal worden niet gereinigd).

Met een vervolg op dit project voor de periode 2020-21 willen we onder meer nagaan of de metselbijen in 'bezette' boomgaarden naar nieuwe kasten kunnen worden geleid met een minimale overdracht aan parasieten. Daartoe gaan we de kastbezetting verder, en stellen we nieuw nestmateriaal ter beschikking. Daarnaast kunnen we ook nestmateriaal aanbieden aan telers die voor een eerste keer met metselbijen aan de slag willen. Dit materiaal wordt deels gesubsidieerd vanuit de provincie, maar telers dienen ook een eigen bijdrage te leveren. We vragen dan wel dat nieuwe telers de methodiek toepassen die wij vanuit onze ervaring voorstellen. We zijn dan ook erg blij dat we dit project op beperkte schaal kunnen verder zetten in de gemeenten Geetbets, Kortenaken en Glabbeek, met steun van deze gemeenten. Wij denken dat twee jaar van verdere opvolging voldoende zal zijn om alle kennis en ervaring dan op een duurzame manier naar de telers te kunnen overdragen.

Metselbijen vliegen gemiddeld ca. 6 weken, van begin april tot half mei, en de bloesemperiode is uiteraard veel korter. Door middels bloemrijke hagen in die periode een zogenaamde bloeiboog in de tijd te voorzien (voor en na de bloesem) zullen minder bijen 'vervliegen' bij gebrek aan voedsel: indien dit verder dan ca. 300 m van het nest dient te worden gezocht, vinden ze hun nestplek niet terug (in tegenstelling tot honingbijen die tot wel 3 km ver kunnen vliegen, en terugkeren). Ruimte hiervoor kan beschikbaar komen bij het verwijderen van kantrijen of het vervangen van fruitbomen. Er werden echter ook al heel wat kansen gevonden in bestaande boomgaarden, gezien hiervoor erg weinig ruimte nodig is: heggen kunnen onderaan worden opgesnoeid en bovenaan 'uitwaaieren'.

Terug naar alle nieuws