Gemeentelijk reglement m.b.t. kermisactiviteiten op de openbare kermissen
Wat?
AFDELING 1. Organisatie van kermisactiviteiten en ambulante activiteiten in kermisgastronomie op openbare kermissen
Artikel 1. Toepassingsgebied (wet art. 1 5°, art. 2 §2)
Als kermis wordt beschouwd elke manifestatie ingericht of voorafgaand toegelaten door de gemeente om, op vastgestelde plaatsen en tijdstippen, de uitbaters van kermisattracties of van vestigingen van kermisgastronomie, die er producten of diensten aan de consument verkopen, samen te brengen.
Als kermisactiviteit wordt beschouwd elke verkoop, te koop aanbieding of uitstalling met het oog op de verkoop van diensten aan de consument in het kader van de uitbating van kermisattracties of van vestigingen van kermisgastronomie.
Dit reglement is niet van toepassing op pretparken, noch op vaste kermisattracties.
De gemeenteraad vertrouwt het bepalen van het plan van de standplaatsen toe aan het College van Burgemeester en Schepenen. Het College van Burgemeester en Schepenen moet evenwel de beslissing die ze neemt inzake het marktplan publiceren.
Artikel 2. Gegevens van openbare kermissen (wet art. 8 §2)
De gemeente richt op het openbaar domein volgende openbare kermissen op volgende data in:
Grazen laatste zondag van juni
Geetbets statie 3de zondag van juli
Geetbets dorp zondag na 15 augustus
Rummen laatste zondag van augustus
Artikel 3. Voorwaarden inzake toewijzing standplaatsen (wet art. 8§2, art. 10 § 1 en KB art. 4 §2 en art. 10)
De standplaatsen op een openbare kermis worden toegewezen:
§1 Voor kermisattracties en vestigingen van kermisgastronomie met bediening aan tafel:
- houder zijn van een “machtiging als werkgever in kermisactiviteiten” voor eigen
rekening
- aan rechtspersonen door tussenkomst van de persoon verantwoordelijk voor hun
dagelijks bestuur houder van de “machtiging als werkgever in
kermisactiviteiten”.
Bijkomende voorwaarden:
- uitbater dient behoorlijk gedekt te zijn door verzekeringspolissen inzake
burgerlijke aansprakelijkheid en tegen brandrisico’s
- wanneer het een kermisattractie met voortbeweging van personen, aangedreven
door een niet-menselijke energiebron betreft; de atrractie voldoet aan de
bepalingen van artikel 10 van het KB van 18 juni 2003 betreffende de uitbating
van kermistoestellen
- het bewijs dat de uitbating van de kermisattractie met dieren voldoet aan de
reglementaire voorschriften betreffende deze materie
- het bewijs dat de vestiging van kermisgastronomie met bediening aan tafel en de
personen die er werkzaam zijn, voldoen aan de reglementaire voorwaarden
inzake volksgezondheid.
§2 Voor vestigingen van kermisgastronomie zonder bediening aan tafel:
- houder zijn van een “machtiging als werkgever in ambulante activiteiten”voor
eigen rekening
- aan rechtspersonen door tussenkomst van de persoon verantwoordelijk voor hun
dagelijks bestuur houder van de “machtiging als werkgever in ambulante
activiteiten”.
Bijkomende voorwaarden:
- uitbater dient behoorlijk gedekt te zijn door verzekeringspolissen inzake
burgerlijke aansprakelijkheid en tegen brandrisico’s
- het bewijs dat de vestiging en de personen die er werkzaam zijn, voldoen aan de
reglementaire voorwaarden inzake volksgezondheid.
Artikel 4. Verhouding abonnement – losse plaatsen (KB art. 8, 9 § 1)
De standplaatsen op de openbare kermissen worden toegewezen hetzij voor de duur van de kermis, hetzij per abonnement. Het abonnement is de regel.
De toewijzing voor de duur van de kermis is mogelijk:
- in geval van absolute noodzaak;
- wanneer de verplichtingen onafscheidelijk zijn verbonden aan de hernieuwing
van de kermis (bijvoorbeeld introductie van nieuwe attracties).
De standplaatsen per abonnement worden toegewezen aan de uitbater die een zelfde standplaats op een abonnementsplaats heeft verkregen gedurende drie opeenvolgende jaren.
Voor de berekening van de termijn worden de opeenvolgende jaren van verkrijging van de standplaats door de overlater verrekend in het voordeel van de overnemer, op voorwaarde dat er geen onderbreking was bij de overname.
De regel van drie jaar geldt niet wanneer de standplaats werd verkregen naar aanleiding van een opschorting van het abonnement. Deze beperking is echter niet van toepassing op de persoon die daarna de nieuwe overnemer is geworden van de standplaats.
Artikel 5. Toewijzingsregels voor standplaatsen op de openbare kermissen (KB art. 13)
5.1. Vacature en kandidatuurstelling standplaats (KB art. 13 en 14)
Wanneer een standplaats vrijkomt, zal de burgemeester of zijn afgevaardigde deze vacature bekend maken door publicatie van een kennisgeving.
Deze kennisgeving zal gebeuren door middel van een bericht aangeplakt aan het gemeentelijk infobord en/of via de website en/of via de lokale pers.
De kandidaturen worden ingediend volgens de voorschriften [1]en binnen de termijn voorzien in de kennisgeving van de vacature. Kandidaturen die hieraan niet voldoen, worden niet weerhouden.
5.2. Onderzoek van de kandidaturen (KB art. 15)
Voor de vergelijking van de kandidaturen onderzoekt de gemeente of voldaan is aan de voorwaarden inzake toewijzing vermeld in artikel 3 van dit reglement.
De standplaatsen worden toegewezen op basis van één of meer van de volgende criteria :
a) de aard van de attractie of van de vestiging;
b) de technische specificaties van de attractie of van de vestiging;
c) de graad van veiligheid van de attractie of van de vestiging;
d) de aantrekkingskracht van de attractie of van de vestiging;
e) de deskundigheid van de uitbater, van de « aangestelde - verantwoordelijken »
en van het tewerkgesteld personeel;
f) desgevallend, de nuttige ervaring;
g) de ernst en het zedelijk gedrag van de kandidaat.
Het openen van de kandidaturen, hun vergelijkend onderzoek, de controle van de voorwaarden en de gemotiveerde beslissing tot toewijzing van de standplaats worden opgenomen in een proces-verbaal.
5.3. Bekendmaking van de toewijzing van de standplaats (KB art. 15 § 5)
De gemeente deelt zowel aan de kandidaat die de standplaats toegewezen kreeg als aan elke niet weerhouden kandidaat de beslissing die hem aanbelangt mee:
- hetzij bij ter post aangetekend schrijven met ontvangstmelding,
- hetzij bij persoonlijk overhandigde brief tegen ontvangstmelding,
- hetzij per duurzame drager (fax of e-mail) met ontvangstmelding.
Artikel 6. Het register of plan van de toegewezen standplaatsen (KB art. 16)
Een plan of register wordt bijgehouden waarin voor elke toegewezen standplaats vermeld staat:
a)de situering van de standplaats;
b)de toewijzingsmodaliteiten van de standplaats;
c)de duur van het gebruiksrecht of het abonnement;
d)de naam, voornaam, adres van de persoon aan wie of door tussenkomst van wie
de standplaats toegewezen werd;
e)desgevallend, het maatschappelijk doel van de rechtspersoon aan wie de
standplaats toegewezen werd en het adres van zijn maatschappelijke zetel;
f)het ondernemingsnummer;
g)de aard van de attractie of van de vestiging die de standplaats inneemt of die op
de standplaats toegelaten is;
h)de prijs van de standplaats behalve wanneer deze uniform werd vastgesteld;
i)desgevallend, de identificatie van de overlater en de datum van de overdracht.
Artikel 7. Spoedprocedure (KB artikel 17)
Indien, in de vijftien dagen voorafgaand aan de opening van de kermis, de standplaatsen vacant blijven,
- hetzij omdat zij niet konden worden toegewezen na afloop van de gewone
procedure (cf. artikel 5 van dit reglement),
- hetzij omdat ze dit in die tussentijd zijn geworden,
- hetzij tengevolge van hun niet-bezetting resulterend uit de afwezigheid van hun
houder,
kan er worden voorzien in een spoedprocedure die als volgt is bepaald:
1° de gemeente raadpleegt de door hun gekozen kandidaten. Zij richt zich, in de
mate van het mogelijke, tot verscheidene kandidaten per voorziene standplaats;
2° de kandidaturen worden ingediend hetzij per duurzame drager tegen
ontvangstbewijs, hetzij schriftelijk tegen ontvangstbewijs;
3° de gemeente gaat over tot de toewijzing van de standplaatsen overeenkomstig
de bepalingen opgenomen in artikel 5.2, eerste en tweede lid van dit reglement;
4° zij stelt een proces-verbaal op dat per vacature of onbezette standplaats de
kandidaten vermeld die hun kandidatuur hebben ingediend;
5° indien meerdere kandidaten naar eenzelfde standplaats dingen, geeft zij in het
proces-verbaal de motivatie van haar keuze aan;
6° zij deelt aan iedere kandidaat, hetzij bij ter post aangetekend schrijven met
ontvangstmelding, hetzij bij persoonlijk overhandigde brief tegen
ontvangstmelding, hetzij per duurzame drager (bijv. fax of e-mail) met
ontvangstmelding, de beslissing mede die hem aanbelangt.
Het plaatsen van uitbaters van kermisattracties of vestigingen waaraan een standplaats werd toegewezen op basis van de spoedprocedure, kan leiden tot aanpassingen aan het plan van de kermis, voor zover deze beperkt blijven en nauwkeurig worden gemotiveerd door de technische noodzakelijkheden van de toevoeging van de nieuwkomers op het kermisterrein.
De aanpassingen zullen onderworpen worden aan de goedkeuring van de eerstvolgende gemeenteraad of college van burgemeester en schepenen, al naargelang het geval.
Artikel 8. Duur abonnement (KB Art. 12, §1 en 2)
1° Het abonnement heeft een duur van vijf jaar.
Na afloop wordt het stilzwijgend verlengd behalve in de gevallen bedoeld bij het opschorten (cf. artikel 9 van dit reglement) of het afstand doen van het abonnement (cf. artikel 10 van dit reglement).
2° De houder van het abonnement kan, op gemotiveerd verzoek, het abonnement voor een kortere duur verkrijgen. Deze aanvraag wordt ingewilligd bij de stopzetting van de activiteiten aan het einde van de loopbaan.
Indien het omwille van andere motieven aangevraagd wordt, hangt het af van de beoordeling van de burgemeester, van zijn afgevaardigde of van de concessionaris.
Artikel 9. Opschorten abonnement (KB art. 12 § 3)
De houder van het abonnement kan het abonnement opschorten wanneer:
1° hij tijdelijk ongeschikt is om zijn activiteit uit te oefenen:
- door ziekte of ongeval op grond van een medisch attest,
- door overmacht op een verantwoorde wijze aangetoond.
De opschorting gaat in onmiddellijk na de bekendmaking van de ongeschiktheid en houdt op op het einde van de kermis.
Indien de opschorting één jaar overschrijdt, moet zij minstens dertig dagen voor het begin van de kermis hernieuwd worden.
2° hij over een abonnement beschikt voor een andere kermis die op hetzelfde ogenblik plaats heeft.
De opschorting moet worden bekend gemaakt tenminste drie maanden voor de begindatum van de kermis. Zij mag geen drie opeenvolgende jaren overschrijden.
De opschorting impliceert de opschorting van de wederzijdse verplichtingen die uit de overeenkomst voortkomen.
De vraag tot opschorting dient te gebeuren:
- hetzij bij ter post aangetekend schrijven met ontvangstmelding,
- hetzij bij persoonlijk overhandigde brief tegen ontvangstmelding,
- hetzij per duurzame drager (fax of e-mail) met ontvangstmelding.
Artikel 10. Afstand van het abonnement (KB art. 12 §4)
De houder van het abonnement kan van het abonnement afstand doen:
- bij de vervaldag van het abonnement, mits een opzegtermijn van tenminste drie
maanden;
- bij de stopzetting van zijn activiteiten, mits een opzegtermijn van tenminste drie
Maanden;
- indien hij definitief ongeschikt is om zijn activiteit uit te oefenen omwille van
redenen vermeld in artikel 9, 1° van dit reglement. De opzegging gaat in op de
dertigste dag volgend op de bekendmaking van de ongeschiktheid.
De houder kan een vervroegde beëindiging van zijn abonnement aanvragen voor andere motieven. De beslissing om gevolg aan deze aanvraag te geven, hangt af van de beoordeling van de burgemeester, zijn afgevaardigde of de concessionaris.
De rechthebbenden van de natuurlijke persoon die voor eigen rekening zijn activiteit uitoefent, kunnen bij zijn overlijden, zonder vooropzeg, afstand doen van het abonnement waarvan hij de houder was.
Artikel 11. Schorsing en opzegging van het abonnement (KB art. 12 § 6)
De gemeente kan het abonnement intrekken of opschorten omdat de titularis van de standplaats niet langer voldoet aan de wettelijke verplichtingen betreffende de uitoefening van kermisactiviteiten of aan deze die van toepassing zijn op de betrokken attractie of vestiging.
De beslissing tot schorsing wordt betekend bij een ter post aangetekend schrijven met ontvangstbewijs of op een duurzame drager tegen ontvangstbewijs.
Artikel 12. Overdracht standplaats (KB artikel 18)
De overdracht van een standplaats is toegelaten wanneer:
1) de houder van een standplaats op een openbare kermis de uitbating van zijn
attractie(s) of zijn vestiging(en) stopzet;
2) de houder van een standplaats overlijdt. Zijn rechthebbenden kunnen zijn
standplaats overlaten.
In beide gevallen is overdracht slechts mogelijk op voorwaarde dat
- de overnemer, de attractie(s) of vestiging(en) uitgebaat op de overgedragen
standplaatsen overneemt;
- de overnemer voldoet aan de voorwaarden tot het toewijzen van een standplaats
op de kermis (cf. artikel 3 van dit reglement);
- de gemeente vastgesteld heeft dat de overnemer voldoet aan de voorwaarden tot
overdracht.
Artikel 13. Inname standplaatsen (KB art. 11)
13.1. De standplaatsen kermisattractie of vestiging van kermisgastronomie met bediening aan tafel kunnen ingenomen worden door :
1) de personen aan wie de standplaats toegewezen is (cf. art. 3 van dit reglement), houders
“machtiging als werkgever in kermisactiviteiten”
2) de verantwoordelijke van het dagelijks bestuur van een rechtspersoon aan wie de standplaats
is toegewezen, houder van de “machtiging als werkgever in kermisactiviteiten”
3) de echtgenoot of echtgenote of wettelijk samenwonende van de natuurlijke persoon aan wie
de standplaats werd toegewezen, houder van de “machtiging als werkgever in
kermisactiviteiten” voor de uitoefening van de kermisactiviteit voor eigen rekening
4) de feitelijke vennoten van de natuurlijke persoon aan wie de standplaats werd toegewezen,
houders van de “machtiging als werkgever in kermisactiviteiten” voor de uitoefening van de
kermisactiviteit voor eigen rekening
5) de personen die beschikken over de “machtiging als aangestelde-
verantwoordelijke in kermisactiviteiten” die de kermisactiviteit uitoefenen voor rekening of in
dienst van de personen bedoeld in 1) tot en met 4)
6) aangestelden die de kermisactiviteit uitoefenen voor rekening of in dienst van de personen
bedoeld in 1) tot en met 4) onder het gezag en in aanwezigheid van deze of van een persoon
bedoeld in 5).
De personen bedoeld in 2) tot en met 5) kunnen deze standplaatsen innemen voor zover
hun machtiging geldig is voor de attractie of vestiging die erop uitgebaat worden.
Zij kunnen deze standplaatsen innemen buiten de aanwezigheid van de personen aan wie of
door middel van wie ze werden toegewezen.
13.2. De standplaatsen voor een ambulante activiteit in kermisgastronomie zonder bediening aan tafel kunnen ingenomen worden door :
1) de personen aan wie de standplaats toegewezen is (cf. art. 3 van dit reglement), houders
“machtiging als werkgever in ambulante activiteiten”
2) de verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur van een rechtspersoon, aan wie de
standplaats is toegewezen, houder van een “machtiging als werkgever in ambulante
activiteiten”
3) de feitelijke venno(o)t(en) van de natuurlijke persoon aan wie de standplaats werd
toegewezen, houder van een “machtiging als werkgever” voor de uitoefening van een
ambulante activiteit voor eigen rekening
4) de echtgenoot of echtgenote en wettelijk samenwonende van de natuurlijke persoon aan wie
de standplaats werd toegewezen, houder van een “machtiging als werkgever” voor de
uitoefening van een ambulante activiteit voor eigen rekening
5) door de personen die beschikken over een “machtiging als aangestelde A” of een “machtiging
als aangestelde B”, die een ambulante activiteit uitoefenen voor rekening of in dienst van de
natuurlijke persoon of rechtspersoon bedoeld in 1) tot en met 4)
6) door de personen vrijgesteld van de machtiging tot het uitoefenen van
ambulante activiteiten[2] in een vestiging kermisgastronomie zonder bediening aan tafel, in
aanwezigheid en onder het gezag van de houder van de “machtiging ambulante activiteiten
als werkgever” of van de houder van de “machtiging ambulante activiteiten als aangestelde A
of B”.
De personen opgesomd in 2) tot en met 5) kunnen de standplaatsen innemen buiten
de aanwezigheid van de personen aan wie of door middel van wie ze werden toegewezen.
AFDELING 2. Organisatie van kermisactiviteiten op het openbaar domein buiten
openbare kermissen
Artikel 14. Toepassingsgebied (KB art. 19 en 20)
1.1. Op aanvraag van een kermisuitbater
Eenieder die een standplaats wenst in te nemen op één of meerdere plaatsen van het openbaar domein buiten de openbare kermissen om een kermisattractie of vestiging van kermisgastronomie met bediening aan tafel uit te baten, dient dit voorafgaand aan te vragen bij de gemeente.
Deze aanvraag dient te gebeuren via een standaardformulier.
1.2. Vanuit de gemeente
Wanneer de gemeente een standplaats op het openbaar domein wenst toe te kennen, wordt de procedure zoals omschreven in artikel 5 van Afdeling 1 van dit reglement gevolgd.
Artikel 15. Voorwaarden inzake toewijzing en inname standplaatsen (KB art. 21)
De personen die voldoen aan de voorwaarden tot het verkrijgen (cf. supra Afdeling 1 artikel 3) en innemen van de standplaatsen op de openbare kermis (cf. supra Afdeling 1 artikel 13) kunnen standplaatsen op het openbaar domein verkrijgen en innemen.
Artikel 16. Duur machtiging (KB art. 22)
De machtiging wordt door de gemeente toegekend
- hetzij voor een bepaalde periode
- hetzij per abonnement.
Een abonnement kan toegekend worden van zodra de kermisuitbater een zelfde standplaats heeft
verkregen gedurende drie opeenvolgende jaren.
Voor de berekening van de termijn worden de opeenvolgende jaren van verkrijging van de standplaats door de overlater verrekend in het voordeel van de overnemer, op voorwaarde dat er geen onderbreking was bij de overname.
De regel van drie jaar geldt niet wanneer de standplaats werd verkregen naar aanleiding van een opschorting van het abonnement. Deze beperking is echter niet van toepassing op de persoon die daarna de nieuwe overnemer is geworden van de standplaats.
AFDELING 3. ALGEMEEN
Artikel 17.
17.1 Attesten
De standhouder moet bij de aanvraag de volgende attesten, verstrekt door een erkend controle organisme, voorleggen:
1. door de wet vereiste attesten van veiligheid (attesten mogen maximum 1 jaar oud
zijn). De voorwaarden waaraan de door de wet vereiste attesten moeten voldoen
staan vermeld in het koninklijk besluit van 18 juni 2003. Het betreft attesten inzake
kermisattracties met voortbeweging van personen, aangedreven door een niet-menselijke
energiebron.
2. de hieronder opgesomde attesten van veiligheid:
a) verslag van technisch onderzoek na her montage(dit heeft ook betrekking op de
mechaniek en dit attest mag max. 1 jaar oud zijn)
b) attesten van elektrische controle (attest mag maximum 1 jaar oud zijn en moet de
ganse elektrische installatie dekken)
Naast dit attest dient de standhouder ook te kunnen aantonen dat hij zelf telkens een opstellingsinspectie doet (logboek)
c) attest wat betreft gasinstallaties met betrekking tot de brandveiligheid en ontploffingsgevaar
d) attest van burgerlijke aansprakelijkheid.
Na dagelijkse sluiting moet de elektrische installatie van elke inrichting stroomloos
worden gesteld.
Bij niet naleving van deze verplichtingen kan de gemeente overgaan tot (tijdelijke)
sluiting van de attractie of tot intrekking van het abonnement.
17.2 Brandveiligheid
De inrichtingen moeten uitgerust zijn met de nodige voorzieningen inzake
brandveiligheid.
De nooduitgangen van de inrichtingen voor schouwspelen moeten steeds vrij
gehouden worden.
De deuren moeten buitenwaarts opendraaien en in geopende toestand kunnen
vastgezet worden. Trommel- en draaikluisdeuren zijn verboden. Er mag niet gerookt
worden. Voor het overige dienen de richtlijnen van de bevelhebber van de
brandweer opgevolgd te worden.
17.3 Etenswaren
De wet inzake de Algemene Voedingsmiddelenhygiëne van 24 april 1997 blijft
onverminderd van kracht. De vestigingen van kermisgastronomie met of zonder
bediening aan tafel en de personen die er werkzaam zijn, moeten voldoen aan de
reglementaire voorwaarden inzake volksgezondheid. Indien dit vereist wordt, moeten
de nodige vergunningen uitgereikt door het Federaal agentschap Voor de Veiligheid
van de Voedselketen in orde zijn. De detailhandel van levensmiddelen van dierlijke
oorsprong is hierbij onderworpen aan de bepalingen van het KB 10-11-2005.
17.4 Elektriciteit
Om het distributienet niet te overbelasten, dienen de gebruikers met een vermogen van 63A dit te vermelden op het aanvraagformulier of een eigen generator te voorzien.
De vereiste keuringsattesten voor gebruikte stroomgroepen dienen op verzoek van politie of plaatsmeester getoond te worden. Toestellen die niet over de vereiste keuringen beschikken, mogen niet worden gebruikt. Enkel attracties die kunnen worden aangesloten op het elektriciteitsnet en een vermogen aanwenden van 220 Volt of 380 Volt mogen worden gebruikt.
Artikel 18.
18.1. Bezoekers
De foorkramer moet alle mogelijke voorzorgen treffen om de veiligheid van de
bezoekers en gebruikers van zijn kermisinrichting te verzekeren.
18.2. Het is ten strengste verboden:
A. De afloop van het water van de wegen naar de rioolmonden op enige wijze te
stremmen. Daartoe dienen de greppels van de rijwegen en de rioolmonden volkomen
vrijgelaten te worden. De afwaswaters en vuile waters zullen langs waterdichte leidingen van
voldoende doorsnee tot aan de greppels gevoerd worden. Andere schadelijke
vochten moeten worden opgevangen in waterdichte bakken om, na onschadelijk te
zijn gemaakt, te worden afgevoerd in de straatriool. Oliën die zich na het afbreken
onder of naast de attracties bevinden, dienen onmiddellijk te worden
verwijderd. Bij niet-naleving van deze regel zullen de opruimingskosten
doorgerekend worden aan de foorkramers.
B. Gebruik te maken van oorverdovende seinen.
C. De aard der inrichting te wijzigen of andere waren te verkopen dan deze vermeld
in de vergunning.
D. Voorstellingen te geven die rechtstreeks of onrechtstreeks aanleiding geven tot
enige verstoring van de openbare orde, rust, veiligheid en gezondheid. De
burgemeester kan overeenkomstig de schikkingen van artikel 133 en 135 van de
Nieuwe Gemeentewet de onmiddellijke sluiting bevelen van de desbetreffende
foorinstelling.
E. Aan de uitbaters van loterijen, spelen, enz… lotjes te verkopen buiten hun
instelling en hiermede de voorbijgangers op opdringerige wijze lastig te vallen.
Artikel 19.
Iedere foorreiziger is verantwoordelijk voor het proper houden van de standplaats.
Voor hun vertrek moeten zij de standplaats hebben gereinigd. Het afval is verplicht mee te nemen.
Artikel 20.
Rondom de kerk mag, tijdens de erediensten, de muziek niet storend zijn. De
attracties zullen, zonder verhaal, stilgelegd worden wanneer de politie of de plaatsmeester hierom verzoekt.
Artikel 21.
De gemeente neemt geen bewaking op zich en kan niet verantwoordelijk gesteld
worden voor beschadiging, diefstal of verlies van de in de inrichting tentoongestelde
zaken.
Artikel 22.
In elke inrichting moet goed zichtbaar een bord worden aangebracht met vermelding
van naam en aard van inrichting. Ook moet de uitbatingprijs per rit of beurt duidelijk
zichtbaar vermeld worden.
Artikel 23.
Het is de foorreizigers verboden schade toe te brengen aan het wegdek, de
aanpalende wandel- en rijwegen, voetpaden, parkeerterreinen en beplanting.
Artikel 24.
Onder geen enkel voorwendsel mogen zij hun inrichting vasthechten aan wegen of
bomen, verlichtingstoestellen of verkeerstekens.
Artikel 25.
Alleen de werkelijk onontbeerlijke pakwagens zijn op het kermisterrein toegelaten. Andere wagens zijn niet op het kermisterrein toegelaten en dienen opgesteld te worden op de plaatsen aangewezen door de kermisverantwoordelijke van de gemeente.
Artikel 26.
Dinsdag voor de aanvang van de kermis zal de plaats worden toegewezen op het uur
zoals vermeld in de toelating. De duur van de kermis en het openhouden van de attracties wordt eveneens vermeld in de toelating.
AFDELING 4: SLOTBEPALINGEN
Artikel 27.
De foorreizigers moeten zich gedragen naar de onderrichtingen die hen in deze
zullen worden verstrekt door de plaatsmeester. De beschadigingen, die de
fooreigenaars toch zouden aangericht hebben, zullen door de betrokken diensten
van de gemeente bepaald worden en door de betrokken foorreiziger vergoed
worden.
Artikel 28.
Het College van Burgemeester en Schepenen behoudt het recht:
a) doorgangen op de kermis te verplaatsen of af te schaffen, er nieuwe te voorzien
en de afmetingen ervan te wijzigen;
b) het aantal toegelaten gelijkaardige inrichtingen en hun afmetingen te bepalen
en/of te beperken;
c) de standplaats van de kramen jaarlijks te wijzigen;
d) een bod te weigeren op grond van morele overwegingen omtrent de instelling of
het gedrag van de foorreiziger, overeenkomstig de wettelijke voorzien criteria (zie art
5.2 afdeling 1 van het reglement);
e) Het College van Burgemeester en Schepenen past bij wijzigingen het kermisplan
aan en het gewijzigde plan wordt kenbaar gemaakt.
Artikel 29. Sancties
Elke kermisuitbater kan gesanctioneerd worden indien hij:
1. één van de artikelen van het reglement overtreedt,
2. weigert zich te gedragen naar de onderrichtingen die hem/haar door de kermisverantwoordelijke worden gegeven,
3. geen gevolg geeft aan alle bijkomende onderrichtingen en voorschriften die het college van burgemeester en schepenen nodig acht te geven, hetzij schriftelijk, hetzij ter plaatse door de kermisverantwoordelijke.
Elke sanctie wordt schriftelijk opgelegd aan de kermisuitbater door het College van Burgemeester en Schepenen.
Sancties:
1. Boetes:
- Bij niet deelname aan de kermis, nadat een standplaats is toegekend, zonder voorafgaand het gemeentebestuur te verwittigen zal een boete van € 250,00 worden toegepast.
- Kosten tengevolge van beschadigingen aan het gemeentepatrimonium aangebracht door de kermisuitbater, zullen verhaald worden op de kermisuitbater.
2. Sluiting en/of afbraak en verwijdering van het kermiskraam.
Elke kermisattractie kan op bevel van de burgemeester, een politieofficier of de brandweercommandant, gesloten worden en/of tot afbraak verplicht en weggevoerd worden op kosten en risico van de kermisuitbater, indien hij/zij de van toepassing zijnde gemeentelijke reglementen en verordeningen of het reglement van de kermissen overtreedt.
3. Verlies van het abonnement.
De plaatsingsmeester kan het College van Burgemeester en Schepenen
voorstellen, bij het overtreden van één van de artikelen van het reglement door
de kermisuitbater, dat het abonnement van deze uitbater ingetrokken wordt.
Het opzeggen van het abonnement door het College van Burgemeester en Schepenen
kan niet leiden tot enige schadeloosstelling ten voordele van de uitbater.
Artikel 30.
De wetgeving inzake geluid/muziek blijft eveneens onverminderd van kracht.
Artikel 31.
De foorkramers dienen zich te gedragen naar het van kracht zijnde
verkeersreglement.
Artikel 32.
De standplaatsen van de foorreizigers waarvan het abonnement door het College
van Burgemeester en Schepenen ingetrokken werd, worden door het College van
Burgemeester en Schepenen toegewezen aan andere foorreizigers. De geschorste
foorkramer zal door het College van Burgemeester en Schepenen via aangetekend
schrijven op de hoogte worden gebracht van het feit dat zijn abonnement werd
ingetrokken.
De geschorste foorreizigers kunnen tijdens de duur der uitsluiting niet als
vertegenwoordiger of helper optreden.
Artikel 33.
Alle gevallen die niet voorzien zijn in het reglement op de kermissen, zullen het voorwerp uitmaken van afzonderlijke beslissingen van het College van Burgemeester en Schepenen.
In zoverre ze buiten de bevoegdheid van het college van burgemeester en schepenen vallen, worden de overige betwistingen en/of geschillen beslecht door de bevoegde rechtbank.
AFDELING 5.
Artikel 34. (KB art. 24)
De personen belast met de praktische organisatie van de openbare kermissen en de kermisactiviteiten op het openbaar domein, hiertoe aangesteld door de burgemeester, zijn afgevaardigde of de concessionaris, zijn gemachtigd om de documenten vermeld in Afdeling 1, artikel 3 van dit reglement te controleren .
Artikel 35: Opheffing en in werking treden reglement
Elk vorig reglement betreffende hetzelfde onderwerp wordt opgeheven en vervangen
door onderhavig reglement.
Dit reglement wordt binnen de maand na de aanneming ervan gestuurd naar de minister van Middenstand en treedt in werking op 01 mei 2011.


